Nederlandse Interkerkelijke Gemeente Denia
Lied van de maand


Bert Oosthoek (1943) Is geboren in Rijssel als 6e als laatste kind in in huisartsengezin.
Hij studeerde als predikant af in Groningen.
Hij was achtereenvolgens predikant in Gieten, Hardenberg en Alphen aan de Rijn.

Vanaf 1984 was hij als ziekenhuispredikant verbonden aan het Diaconessen ziekenhuis te Arnhem. Hij deed dit werk tot aan zijn emeritaat.

Wat hem in dit werk bijzonder aansprak was geestelijk verzorger te kunnen zijn voor iedereen ongeacht geloof of levensovertuiging.
Het hondje van mijn zus en de kerkenraad.
10/09/17

Coby , mijn jongste zus ,  overleed  drie jaar geleden  aan een razend snel om zich heen grijpende vorm van kanker.    Ik denk nog veel aan haar terug.

Qua studie was ze een laat bloeier. Nadat ze vervroegd met de Vut kon gaan , kreeg ze de kans om theologie te gaan studeren op HBO niveau en dat haalde ze met glans. Ze had zich een  prachtige bibliotheek aangeschaft, boeken om je vingers bij af te likken en ze las ze ook nog.

Ze ging  met haar studie  ook   aan de slag  in het stadje waar ze woonde, pro deo en met enthousiasme .

Ze leidde gesprekskringen, deed vormingswerk, gaf catechese, kortom ze was een aanwinst voor de kerkelijke gemeente waar ze bij hoorde. Maar ….niet iedereen had haar boeken gelezen , niet iedereen had haar kennis van zaken en het gebeurde dat ze ook botsingen kreeg over de koers van haar gemeente, die ze wat behoudend begon te vinden en er ontstonden kleine en grote ergernissen.

Vanzelfsprekend ging  ze s ‘zondags naar de kerk  met haar vriendin  en op den duur liep ze daar op stuk.

Wat was het probleem ? Zij en haar vriendin  hadden een hondje, Ze waren er dol op.  Het ontbrak dat beest aan niets: een prachtig onderkomen, prima voer, alle aandacht. En als ze uit gingen mocht hij mee of ze vonden oppas. 
Die oppas was wel nodig, want   het hondje  kon er niet tegen om alleen te zijn. Hij blafte de hele tijd zolang er niemand thuis was.
En niet iedere buurman of buurvrouw vindt het prettig om  een paar uur naar een blaffend hondje te moeten luisteren.

Coby  wilde de goede verstandhouding met haar buren  graag in stand houden  en bleef thuis als ze geen oppas kon vinden.
Maar ze wilde ook graag met haar vriendin naar de kerk op zondagmorgen en vond het jammer dat ze  vanwege haar hond  moest thuis blijven.
Op  een gegeven moment kreeg ze  een prachtig idee:

Iedere zondag was er tijdens de kerkdienst  een oppasdienst voor kleine kinderen. Ze zou haar hondje daar naar toe brengen. Als hij maar bij mensen was, was er niks aan de hand
Zo gedacht zo gedaan: de volgende zondag ging Coby met haar vriendin naar de kerk en zette het hondje af bij de oppasdienst.

Maar dat ging fout , de begeleiders van de oppasdienst maakten bezwaar. Ze pasten op kindjes en niet op hondjes. Coby praatte als Brugman om de dames over te halen haar hondje te accepteren. Maar  het lukte niet.     Boos en verdrietig moest ze met haar hondje weer naar huis.
Ze liet het er niet bij zitten en schreef een brief naar de kerkenraad, in de hoop dat die begrip voor haar zou kunnen opbrengen.
Maar ook de kerkenraad zei : Nee! De oppasdienst is niet voor hondjes.
Het einde van het liedje was dat Coby en haar vriendin niet meer in de kerk kwamen en zelfs hun lidmaatschap opzegden.

Ze kerkten nu eens hier en dan weer daar

Toen ze stervende was , vroeg ze me of ik haar begrafenis wilde  doen , maar niet vanuit haar vroegere wijkkerk.
Ik heb me er destijds niet mee bemoeid, ik begreep mijn zus , maar ik had ook begrip voor de kerkenraad .

Op enige afstand er naar kijkend  vroeg ik me af waarom beide partijen niet wat creatiever waren geweest om een andere oplossing voor het probleem te vinden.
Eigenlijk waren er nu  alleen maar verliezers , met uitzondering van het hondje.
De kerkenraad verloor een zeer meelevend gemeentelid en mijn zus  verloor  een mogelijkheid om haar geloof en kennis te kunnen inzetten binnen haar . kerkgemeenschap .
Waarom me dit conflict  dwars bleef zitten ?

In januari kreeg mijn vrouw een nieuwe knie en dat is nogal ingrijpend. Het betekende voor haar dat ze maanden niet naar onze wijkkerk kon gaan.
Na een paar weken kreeg ze de bloemen uit de kerk , met een kaartje er bij,  waarop gemeenteleden hun goede wensen voor haar hadden  opgeschreven.
Dat gebaar ontroerde me toen. .

Ik voelde : we horen bij een gemeenschap van mensen die met elkaar meeleeft in mooie gebeurtenissen maar ook bij verdriet of ziekte .
Die gemeenschap is belangrijk voor me, we hebben met elkaar  een droom dat het anders, beter kan in de wereld, een droom van vrede, vergeving , verzoening  .
Het is goed om elkaar te bemoedigen om het vol te houden.
Die gemeenschap wil ik niet missen.

Ik dacht aan Coby , het hondje en de kerkenraad. Wat me zeer deed, was die  verbroken gemeenschap .
Hadden ze dat niet anders kunnen aanpakken met elkaar ?



.



Nieuwjaar 2016-2017
01/01/17
Het zit er weer op  :  Oudjaarsavond  en Nieuwjaarsdag .

Nynke  en ik waren dit jaar alleen: onze kinderen waren  in Vietnam,   in Breda  , Amsterdam  of Ewijk
Nou , we waren niet helemaal alleen, we mogen een paar weken op de hond van onze dochter passen. Zij  kon  niet mee naar Vietnam  en dus  mag zij in Arnhem logeren Dagelijks loop ik een paar keer per dag achter haar aan tijdens een rondje park , met een schepje en een poepzakje in mijn hand  . Zo hoort dat tegenwoordig.  Ach , het is een lief beest .
Het was verder  allemaal rustig   tijdens Oud en Nieuw.

Nou ja, om twaalf uur keken we naar het vuurwerk dat  mensen uit de buurt afstaken en ik moest denken aan mijn kinderjaren in Rijssen, waar mijn vader huisarts was en elk jaar wel slachtoffers te behandelen kreeg van vuurwerkellende. 
Wij hadden ook een hond in die jaren , een Ierse Setter, een prachtig beest , maar wel nerveus en op Oudjaarsavond kreeg hij een luminal tabletje om de nacht een beetje door te komen. Het was gewoon zielig, zo bang was hij voor het geknal van dat  vuurwerk .

Wat ik me uit die tijd ook nog herinner van oudjaarsavond  was  de tafeltjes avond.
Vroeger aten de mensen in Rijssen door de week heel weinig vlees, hooguit spek of worst.  Met oudjaar werd de schade dan ingehaald.                                                                                                            Dan kwamen er schalen vol rollade, karbonade, kippenpoten etc.: tafeltjesavond .

Mijn ouders deden daar niet aan mee, maar gelukkig woonde een van onze dienstbodes naast ons huis , zij was mijn tweede moederfiguur. Op oudejaarsdag mocht ik   eens  bij haar thuis een hele karbonade op eten tot groot vermaak van haar en haar familie .    Fantastisch !.
Hoewel de bescheiden variant van  gourmetschotels     de schalen vol vlees steeds meer vervangen, bestaat die tafeltjes avond  in Rijssen  nog steeds.                                                                                                                    Een slager vertelde  dat men  tegenwoordig  dikke varkensribben koopt , een soort speklap met het bot er nog in. Dat is een kluif festijn. Ook spareribs doen het goed.
In de week voor den jaarwisseling verkoopt hij tot 300 procent meer vlees per week dan in gewone tijden  .

Wat in die tijd  ook bij oudjaarsavond veel gebeurde  ,   was het slepen
, maar dat is nu voorbij .
Rijssen was en is nog altijd een oer degelijk stadje ,maar op oudjaarsavond   sleepte de jeugd alles wat los en vast zat, tot hele gierkarren toe , en zette dat voor het stadhuis . Dat vond men leuk .
En natuurlijk het nieuwjaar wensen.
Dat nieuw jaar wensen was voor mij  als kind niet helemaal zonder  eigen belang.
Ik mocht bij een aantal bekenden van mijn ouders  gelukkig nieuwjaar wensen. 
Wie het eerst :” gelukkig nieuwjaar”  riep   kreeg  dan een dubbeltje of een kwartje  . 
En laat ik nou heel vaak de eerste zijn geweest .

Achteraf geneer ik me een beetje voor het fanatisme waarmee ik op deze wijze  dubbeltjes of kwartjes bij elkaar schraapte  .
Bij ons thuis werd na het warme  eten  uit de bijbel gelezen en op Oudejaarsdag viel de keus altijd  op  psalm 90
De eerste regels luiden : “ Here, Gij zijt ons een toevlucht geweest van geslacht tot geslacht; eer de bergen geboren waren en Gij aarde en wereld had voortgebracht, ja van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God”       en de laatste woorden  zijn:     ”bevestig Gij het werk van onze handen over ons, ja het werk onzer handen, bevestig dat . “                                                                                                                       Te midden van al het lawaai was dat een meditatief moment en dat meditatieve moment   werd dan nog eens versterkt door een gang naar de kerk  .
Zo ging dat vroeger in Rijssen en  bij mij thuis .

Wat is er van overgebleven ?


Wat betreft het   vuurwerk
:                                                                                                                                   
Naast de herinneringen aan de ellende die mijn vader onder ogen kreeg aan oogletsel etc  , vond ik het afsteken van vuurwerk  eigenlijk  zonde van mijn geld , maar ja de kinderen werden wat ouder: sterretjes bleken geen goed   alternatief.                                                                                                                Dus  ik besloot om met de enige sigaar per jaar die ik  op oudjaarsavond rookte , in aanwezigheid van het hele gezin   één vuurpijl af te schieten .                                                                                                            Dat was een hele ceremonie  .                                                                                                                                     Toen de kinderen het  huis  uit  waren, werd die ene sigaar niet meer gerookt en  ook die ene vuurpijl niet meer gekocht .
Het vlees eten is teruggebracht tot enkele oliebollen en een bordje boerenkool stamppot met een stukje worst  dat nog over was van de kerstdrukte.
En   ja     , die psalm is wel  gebleven.  Daar wil ik het  nu even over hebben .

Een column is wat anders dan een preek en ik wil vandaag een column uitspreken.  Maar ja …….
Die eerste regels van die psalm leven al jaren bij me, ik laat ze soms  zingen bij een doopdienst, bij een begrafenis,   ze raken me  direct.
Ik merk dat het    vooral  het begin van die psalm is waardoor ik geraakt word ,    zeker als ik  de tekst lees   zoals die in het Liedboek voor de Kerken is opgenomen :                                                                                 “ Geslachten gaan , geslachten zullen komen, wij zijn in uw ontferming opgenomen”  .
Ik rekende mijzelf lange tijd tot de geslachten die zullen komen, ik was de jongste van mijn broers en zusters.                        
Ze zijn nu allemaal overleden.                                                                                                                       
Ik was een jonge dominee, deed veel jeugdwerk.    
Ik behoor nu tot de generatie die gaat ,emeritus.
Dat is wel even wennen , die positie verandering .  

Twee dagen voor Kerst mocht ik  het huwelijk inzegenen van een kleindochter van mijn oudste broer,  Sanne  en haar vriend , Maurice , een stel met ambitie , een stel met idealen , de toekomst lacht hen toe.       
De komende generatie/
Die zelfde dag vierde een  bevriend  Belgisch  echtpaar dat ze zestig jaar geleden hadden  besloten  om  samen verder te gaan .            
Wat  hebben ze  geleefd , hard  gewerkt in hun carrière  .                              
Maar ook in het  echtparenwerk, voor mensen die hun huwelijksrelatie op peil wilden houden waren ze van grote   betekenis,  onder andere voor Nynke en mij    .                                                                                                                                                                                                                                                                                                   En na hun pensioen hebben ze een theologische faculteit  helpen oprichten   in Rwanda, maar   hun werk ook weer  zien vernietigen door de slachtpartijen in die tijd  .                                                                    Wat hebben ze veel van zich zelf gegeven !    Nu  kijken ze  wat verstild terug op een turbulent leven .                                                    De gaande generatie   .

Mijn jongste kleindochter van zeven, Sophie :  Kort voor Sinterklaasfeest kwam ze thuis uit school en zei: ”Ik heb niet zo’n prettige mededeling.“ 
Haar moeder :  “Hoe zo ?“                                                  
“ De overblijf juf heeft tot twee keer toe gezegd dat Sinterklaas niet bestaat.”                                            
Haar moeder:  "Wat vind je daarvan ?”                                                                                                                      
“Nou , ik weet het niet. Vorig jaar kreeg ik zo’n duur cadeau, dat kan alleen maar van Sinterklaas komen, dat hadden jullie me nooit gegeven. “         
Haar moeder: “ Nee , dat denk ik ook niet . “                                                                                                                                        

Een geslacht dat komt , uitzoekend hoe het leven in elkaar zit.   
Ze durft er te zijn, die kleindochter van me. Ik kan er van genieten en moet er ook wel om lachen . 
Komende en gaande mensen zijn we . 
In december heb ik dat dus  weer ervaren. 
En ik denk dat het van levenskunst getuigt als je jezelf  niet alleen door  het komende geslacht kunt laten ontroeren en er om kunt glimlachen ,     
maar ook door  het gaande geslacht .                                                                     

Dat zou ik ons zelf voor het komende jaar kunnen toewensen, die levenskunst .                                   
Daarmee zou ik deze column kunnen afsluiten.                                                                                                  
Maar dan heb ik niet  gezegd wat mij raakt  in het begin van die psalm : “ wij zijn in uw ontferming opgenomen “ .
Het duizelt je als je er over  denkt:  Van vóór de tijd is God en tot in eeuwigheid. 
Chaos en schepping omvat hij. 
Alle domeinen van de wereld  omspant hij, alle landen van de aarde, die er waren en alle geslachten die er zullen zijn .
“ God   U bent ons  een toevlucht geweest  van geslacht tot geslacht,   d.w.z. sedert onheuglijke tijden , tot  een woning was U voor ons.
We hebben bij U  geschuild en  waren bij U  geborgen. “  

Wat me aanspreekt is het  uitspreken van vertrouwen dat die Eeuwige er wil zijn voor zijn volk ,dat onderweg is door de geschiedenis,    
dat Hij toevluchtsoord wil zijn voor hen ,  wat ze ook gedaan hebben tijdens die reis door het leven naar het beloofde land.

Zo rond Oud en Nieuwjaar realiseer ik me dat dit vertrouwen ,
dat  al klonk in de tijd van Mozes , en  in de tijd van de ballingen in Babel en eigenlijk de hele geschiedenis door,     
ook  in mijn dagen
  wordt  uitgesproken  :  
God U bent  ons   toevluchtsoord  , we zijn opgenomen in  uw ontferming, de generatie van mijn ouders, mijn  generatie,    
de generatie van mijn kinderen en kleinkinderen ,  dat gaat door….  
Ach , de een zal  daar geen behoefte aan hebben, de schouders er voor ophalen,  er niks mee kunnen,  
voor mijzelf heeft het iets ontroerends , die geborgenheid bij de Eeuwige .

Hoe jullie zelf hier ook  over  denken , ik wens jullie een jaar van geborgenheid toe, bij wie dan ook .

                                           




Gevonden pareltje bij het opruimen.
20/11/16


Ik ben al weken aan het opruimen. Heel veel boeken helaas, maar ook allerlei papieren en oude brieven. Ik kan het niet laten om ze nog eens te lezen en dat vertraagt het opruimtempo .                 
Vandaag vond ik een verhaal dat ik zeventien jaar geleden had gemaakt over mijn werk in het ziekenhuis.
Ik wil het nog eens vertellen, omdat het me nu nog raakte .

Het speelde in de zomer . Ik werd gebeld door een verpleegkundige van een afdeling waar ik moest waarnemen in verband met de vakantie van een collega.
k trof een mevrouw aan  van een jaar of vijftig, iets jonger misschien.  Ze was hard ziek . Wat er fout kon gaan , was ook fout gegaan.
Het was echt alle hens aan dek om haar te steunen , vandaar dat ook  de dominee werd gebeld.

Ze vertelde me wat er medisch allemaal speelde , het was geen kanker, maar wel iets heel ernstigs , waarmee ze , als er niet zou veranderen,
als er geen transplantatie zou komen , nog maximaal een jaar of vijf zou kunnen leven. Er hoefde maar iets te gebeuren of ze voelde zich hondsberoerd , misselijk .

Het ging nu net even iets beter. Ze wilde graag even praten. Ze voelde zich ook wel schuldig dat ze nu met een man van de kerk wilde praten , terwijl ze de kerk al een aantal jaren links had laten liggen. Haar man ging nog wel , maar zij kon het niet op brengen en nu was ze ook nog een blok aan het been van haar man.
Ik zei dat ze het met haar ziekte al moeilijk genoeg had, en dat ze niet zo streng moest zijn voor zich zelf nu ze met een dominee wilde praten .

Ze begon te vertellen over een  ervaring uit haar kinderjaren , die ze dacht vergeten te zijn , maar die toch weer in haar herinnering was gekomen , pijnlijk en vernederend .
Eigenlijk kon ze er nog geen kant mee op.
De dominee die  in die tijd  bij haar was , had beloofd nog eens terug te komen , maar was nooit geweest………
Ik heb geluisterd en haar uitgenodigd voor de ziekenhuisdienst van de komende zondag , met haar man .

Een week later zocht ik haar op , op de afgesproken tijd  .
Ze was blij. Ze had naar de dienst geluisterd via de ziekenhuis radio. De dienst was bij haar in goede aarde gevallen.
Ze voelde zich aangesproken , geaccepteerd , ontroerd , tot tranen toe bewogen.
Zo had ze zich herkend , ze wilde de preek nog eens lezen , want het leek wel alsof die voor haar geschreven was .
Ze vertelde over de relatie met haar moeder, die ze niet kon vergeven dat ze het niet voor haar had opgenomen in die pijnlijke jeugd ervaring.

Ik vroeg haar om haar energie nu maar niet in de relatie met moeder te steken , later misschien .
Weer een dag later: ze was in tranen , er was goed nieuws, de transplantatie leek dichterbij te komen.
Ze was weer uit balans, geen wonder als er zoveel met je gebeurt en er zulke belangrijke beslissingen genomen worden.

Wat die tranen betekenen ? Een uiting  van alles wat je raakt , je hoop , je angst , je vertrouwen , je verlangen , je weerloosheid.    
Laat de tranen maar komen! Die tranen  horen er bij .
Dat was een moment waarop ik voor en met haar mocht bidden: uitzeggen voor God  hoe labiel , hoe zwak ze zich voelde , vragen om kracht om het aan te kunnen ,
vertellen  hoe ze op zag tegen alles wat ze binnen kort moest ondergaan en hoe ze tegelijk verlangde  dat al die moeite  bekroond zou kunnen worden met een geslaagde transplantatie .

Weer een dag later……. Het ging goed , ze vertelde dat haar regels van een lied te binnen waren geschoten , dat ze jaren geleden bij haar huwelijk had gezongen :                                                              “Heer die mij ziet zoals ik ben , dieper dan ik mij zelf ooit ken, kent Gij mij.    Wat mij ten diepste houdt bewogen , ’t ligt alles open voor uw ogen. “
Ze was er door ontroerd , dat haar die psalmwoorden werden aangereikt nu ze de volgende dag in een ander ziekenhuis  een belangrijke behandeling ter voorbereiding op die mogelijke transplantatie moest ondergaan.
Ik heb het lied voor haar gekopieerd , zodat ze het zou kunnen mee nemen en zou kunnen lezen als ze het nodig had .

Vier dagen later : ze lag te glimmen in bed. Het was heel goed gegaan.
Bovendien had ze een heel goed gesprek gehad met haar dochter , met wie ze een stukje van haar angst over haar relatie met die dochter had kunnen uiten , waarbij ook hun verschillende manier van geloven geen belemmering bleek te zijn om nu heel dicht bij elkaar te kunnen zijn .
Ze kreeg steeds meer moed en vertrouwen en ze vond het heerlijk dat ze dat met me kon bespreken
Weer vier dagen later. Tranen , blij en angstig tegelijk. Twee dagen later zou ze al naar het andere ziekenhuis gaan , wachtend op de transplantatie.
Alles ging in een stroomversnelling , haar emoties konden het niet bijhouden!  “Ik wil zo graag leven. Ik maak een goede kans, zeggen ze, maar ik ben ook zo bang.”

Ik was stil , ik luisterde en ik beloofde de dag voor vertrek terug te komen. 
Dat heb ik gedaan, maar er was veel bedrijvigheid rond haar, er moest nog zo veel op het laatste moment.
Ik heb voor haar nog een psalmwoord gekopieerd, psalm 121 : “ Ik  sla mijn ogen op naar de bergen , vanwaar zal mijn hulp komen?  Mijn hulp is van de Here ,  die hemel en aarde gemaakt heeft”.
Het is een psalm van tegen op zien en vertrouwen.  Ik zei dat ik hoopte dat ze daar iets aan zou kunnen  beleven nu ze uit ons ziekenhuis weg ging , op weg naar een heel beslissende ingreep in haar leven . Ze glimlachte en zei dat ze de woorden mee zou nemen, ter harte zou nemen ……..
Ik heb haar niet weer gezien , weet ook niet hoe het allemaal is afgelopen.

Waarom ik dit verhaal nog eens vertel ? Ik vond haar zo echt , echt in haar verdriet, haar spanning , haar hoop, haar opluchting.
Ik was blij met haar openheid , haar verlangen om te geloven , haar verlangen naar houvast in het leven .
Als ik een mens als zij mag ontmoeten , dan raakt me dat en inspireert me: mooi werk, pastor zijn .



Mijn moeder en het avondmaal
26/06/16

Mijn moeder werd geboren in 1901. Ze was 42 jaar oud , toen ik geboren werd.

Ze kwam uit een familie die het zakelijk goed had gedaan. Mijn vader was huisarts in Rijssen, in een tijd dat veel mensen armoede leden. Ze konden soms de rekening niet betalen , maar dat was niet erg, ze stroopten wel een konijn of een haas .

Mijn moeder had zoveel geld dat  ze niet moeilijk deed over rekeningen die niet betaald werden als mensen te arm waren.
Ze was stiefdochter , en in haar situatie klopte het dat stiefdochters  minder liefde ontvingen van hun moeder. Ze heeft daar onder geleden, en later probeerde ze ten koste van heel veel, te voorkomen dat ze stiefkinderen maakte in ons gezin. Daarin kon ze ook wel eens overdrijven .

Toen ze als jong meisje mijn vader leerde kennen werd ze naar een deftig internaat in Lausanne gestuurd, dat zou goed zijn voor haar ontwikkeling, werd gezegd. Ze leerde uitstekend Frans  spreken en kon mooi piano spelen en ze leerde ook andere, voor deftige meisjes , nuttige zaken als het runnen van een huishouding.
De liefde tussen mijn ouders leed niet onder deze gedwongen verbanning naar Lausanne .

Ze waren vastbesloten om elkaar trouw te blijven en dat is ze uitstekend gelukt.
Ze kwamen uit verschillende milieus, ook godsdienstig. Mijn vader behoorde tot de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, een  stroming met gedegen, orthodoxe opvattingen.

Mijn moeder was niet onkerkelijk, maar   kwam uit een heel andere hoek van de kerk.
Voor haar was het vanzelfsprekend dat ze met mijn vader meeging naar de kerk, en dat was dus wel wat anders dan ze van huis uit gewend was. Ze deed belijdenis bij een dominee die tot de Gereformeerde Bond behoorde .Hij bleef tot zijn dood een huisvriend van mijn ouders ,                              ds Kijftenbeld .

Ze trouwden en mijn vader werd  dus  huisarts in Rijssen , waar het klikte .Mijn ouders werden geaccepteerd  en mijn vader zou zelfs als ereburger van dat stadje sterven.
Iedere zondag gingen ze naar de kerk   , mijn vader al vrij snel in de  notabelbank  en mijn moeder gewoon als gemeentelid , met een paar gehuurde plaatsen achter in de kerk..
We gingen iedere zondag , maar niet als er Heilig Avondmaal was , dat hoefde niet,  zei mijn moeder dan.           Als kind nam ik dat gewoon voor kennisgeving aan.                                                                                   Wij gaan niet aan het Avondmaal, dat is voor andere mensen bedoeld.                                                     Wees maar blij, want die avondmaalsdiensten duren wel heel erg lang.
Jaren later hoorde ik dat het toch wat gevoeliger lag dan ik had aangenomen.

Mijn moeder had , toen ze in Rijssen was komen wonen, wel degelijk een keer aan het Avondmaal deelgenomen . Maar de reacties vanuit de gemeenschap waren heel negatief.
Ze was  niet bekeerd, ze was niet waardig, hoe haalde ze het in haar hoofd om mee te doen . Schande !
Er kwamen in die  kerkdiensten  honderden mensen, maar rond de tafel waaraan de avondmaalgangers gingen zitten , kwamen  er niet zo veel meer dan vijftig en misschien is dat aantal wel te hoog.

Mijn moeder werd diep gekwetst, zo diep dat ze nooit meer aan het avondmaal heeft deelgenomen. Ze bleef wel lid van de kerk ,  kwam ook gewoon elke zondag naar de dienst, maar het Avondmaal? Nee , dat was niet voor haar, daar hoorde ze niet bij .
Ik voelde me daar boos en verdrietig over: Mijn moeder,  zo’n warm , spontaan, hartelijk mens, zo’n lieve vrouw voor mijn vader en moeder voor ons, zou niet waardig zijn om aan het avondmaal deel te              nemen ?         Natuurlijk , ze had ook haar streken, haar tekortkomingen.        Maar…….

Juist mensen die hoog in het vaandel hebben,  dat we allemaal zondaren zijn, zouden toch moeten weten dat we als zondaren  leven van genade, van de liefde van Christus , juist voor zondaren en dat we dit bij het avondmaal mogen  ervaren .
Hoe haal je het in je hoofd om  schamper en afkeurend te spreken over iemand die loyaal aan het avondmaal gaat  en haar gewoon af te wijzen !

Toen  ik dominee werd in het Drentse dorp Gieten hoopte ik stilletjes , dat ze , als ze bij ons zou komen logeren en ik  met mijn gemeente avondmaal mocht vieren ,  dat ze dan haar schroom zou overwinnen , zodat we samen , moeder en zoon, brood en wijn mochten ontvangen en delen.
Helaas is het er niet meer van gekomen, ze overleed al vrij snel.

Het heeft me mijn leven lang dwars gezeten.

Waarom ik u dit vertel ?

Ik dacht dat avondmaalsmijding niet meer voorkomt, maar ik hoorde tijdens een bezoek   dat er nog steeds heel goede mensen zijn, behorend tot de gemeente van Christus, die zich toch niet waardig achten om deel te nemen  en die brood en wijn aan zich voorbij laten gaan .                                                                     Ik moest weer denken aan mijn moeder .
Mensen , laat je toch niet  zeggen dat  je niet waardig genoeg bent.  We zijn hier met christenen uit diverse gemeenschappen in Nederland of België   , allemaal met onze eigen manier van geloven  ! In het Avondmaal zijn we éen, levend uit dezelfde bron                                 En bedenk :                                                       Avondmaal is voedsel voor onderweg door ons leven, het wordt ons aangereikt voor niks, uit genade.




Een mooi oud mens.
10/04/16

Ik leerde haar kennen in 1962, toen.ik aan  de familie van Nynke werd voorgesteld.

Tante Riek, zo heette ze, was in die tijd nog directrice van een Bejaardenhuis Sonnenborgh in Leeuwarden. Een rijzige vrouw, fier, met hart voor de mensen in haar huis en trots op haar werk.

Eigenlijk had ze helemaal geen opleiding daarvoor, maar ze was ooit in Driesum gevraagd om een bejaardenhuis te runnen op Rinsemastate, dat onlangs weer via   Dirk Scheringa in het nieuws kwam.

Tante kwam uit een heel groot gezin, dat zich in de dertiger jaren in de omgeving van Zwaagwesteinde omhoogwerkte tot zakenlui met een textielfabriek, meubelzaken in Drachten en Leeuwarden, mensen met goede banen. Tante was de enige die niet getrouwd was, ze had een status aparte in de familie. Er werd altijd rekening met haar gehouden, ze wist heel veel van iedereen, maar ging haar eigen weg. Ze was oer betrouwbaar en over wezenlijke dingen, geheimen, kon ze zwijgen. Haar jonge neefjes en nichtjes waren een beetje bang voor haar.

Men vond dat zij dat bejaardenhuis in Driesum moest kunnen leiden en dat deed ze. In de omgeving van Zwaagwesteinde was het in die jaren dertig lang niet pluis, veel armoede, drankmisbruik en het viel niet mee om dat ruige heide volk in het gareel te houden. Het verhaal gaat dat de mensen in die jaren voor twee personen bang waren: voor de veldwachter en voor tante Riek, een maatschappelijk werker avant la lettre.


Blijkbaar had ze het daar zo goed gedaan dat ze na Rinsemastate een benoeming kreeg in Leeuwarden (nog steeds zonder enige opleiding) en daar bleef ze tot haar pensionering, zo'n jaar of 35 geleden.

Als aankomend theologie student was ik onder de indruk van haar stijl. Ik herinner me nog haar verontwaardiging over een dominee die het waagde om tegen haar te zeggen dat hij een oude preek had meegenomen voor “die ouwetjes".   Hij werd niet meer uitgenodigd voor een dienst in Sonnenborgh . Een lesje respect!

Ze bleef ook na haar pensioen directrice. Heel veel neven en nichten lieten zich door haar inschakelen voor een of ander klusje of gewoon een bezoekje, we dachten allemaal een poosje dat wij de enigen waren.  Ze had iets stralends als ze ons begroette, was echt blij als ze ons zag.

Na haar pensioen woonde ze in een klein flatje in Leeuwarden, aan het Fenneplein, elf hoog zonder tuin. De meubels altijd op dezelfde plek, er was de stoel waar ze altijd in zat, het geluid van de Friese klok, de te slappe koffie, overal en nergens snuisterijen en altijd bloemen, die meestal door de visite werden meegenomen. De planten op het balkon stonden er altijd prachtig bij. Dat kwam volgens tante door de gedroogde schapenpoep die ik voor haar meenam in een plastic zakje uit Moddergat. Dus jullie begrijpen dat ik er eens in de zoveel tijd weer aan geloven moest.

Tante leek heel tevreden met dat sobere leven, ze was niet uit op rijkdom, met grote doelen, specifieke hobby's, ja op een gegeven moment had ze een cursus Hinderloper schilderen gevolgd en daarna werd de hele familie getrakteerd op allerlei potjes en doosjes in Hinderloper rood en groen.

Ze had eigenlijk maar een ding nodig. En dat was dat wij, haar neven en nichten haar niet zouden vergeten, dat we naar haar omkeken, vooral nadat haar eigen broers en zusters overleden waren.

En wanneer het haar te lang duurde, dan belde ze met een smoesje "Met tante Riek”. En dan voelden we het wel. En dan kreeg tante weer bezoek!

Ze vroeg naar alles, het werk, de kinderen, kleinkinderen, de vakantie en andere hoogtepunten. En alles werd onthouden. En dat kreeg de volgende visite dan weer mee. Zo lang wij maar regelmatig bij tante op de koffie kwamen, bleven we goed op de hoogte van het wel en wee van de andere leden uit de familie Baarsma

Tijdens onze vakantie was er natuurlijk een ansichtkaart voor tante. En dan kwam diezelfde kaart naast het koffiekopje van de visite te liggen, met de onuitgesproken boodschap: “die moet je even lezen". En dan deden we dat.

Anekdotes wilde ze nog wel eens vertellen zoals het verhaal over de doopjurk waarin Nynke ooit gedoopt is in 1944. Er was in die dagen geen stof voor een doopjurk. Er hingen nog wat kanten gordijnen van de familie van Sytsama in Rinsemastate. Daar heeft zij toen een doopjurk van gemaakt voor Nynke. Toen 60 jaar later onze kleinkinderen in die doopjurk werden gedoopt was ze daarbij aanwezig en vertelde ze dit verhaal.
Wel anekdotes, maar persoonlijke vragen ontweek ze. Op een dag vertelde ze dat ze haar predikant minder vaak zag en sprak dan ze wel zou willen. Ze zei het op zo'n manier dat Nynke er op doorvroeg en met het voorstel kwam dat ik iets met haar uit de Bijbel zou lezen en met haar zou bidden. Het bleef een poosje stil en toen antwoordde ze dat ze dat heel graag zou willen en even kwam het er echt heftig uit dat ze zich zo alleen voelde. Dat ontroerde me dat ze zich even zo liet zien. Ik beloofde haar: “tante, ik stel voor dat we dat standaard zo doen als we bij u op bezoek komen. Ik lees iets voor uit de Bijbel en ik bid met u".

Zo is het sindsdien ook gegaan, niet altijd, maar wel vaak. Ook de dag van haar overlijden. Ik vroeg haar of ik voor haar zou bidden: Ze zei: "samen"  en ik mocht haar hand pakken en even later de zegen uitspreken.

Op de dag van haar begrafenis hebben we psalm 139 gelezen, de psalm over het gekend zijn door God, dat vonden we passen bij deze vrouw die we na al die jaren allemaal uiteindelijk ondanks alle anekdotes oppervlakkig kenden: gekend door God .

Dat was trouwens een mooi gebeuren, die begrafenis en de dienst eraan voorafgaand. Heel veel neven en nichten hadden een actieve rol, ze vertelden over tante, iemand deelde rozen uit, een ander speelde orgel, weer anderen lazen een gedicht, of deden een Schriftlezing, een dankwoord na afloop en een zestal droeg de kist de kerk uit naar het graf.

Tante had het weer voor elkaar, ze had haar neven en nichten om zich heen en ze deden allemaal wel wat. Een mooi mens !



Nieuwjaar 2016
07/01/16
Ik mag jullie vandaag weer iets goeds toe wensen voor het Nieuwe Jaar, net als vorig jaar.
Toen waren het twee kleindochters  uit Breda die me aan het denken zetten door hun taalgebruik.
Dit jaar begin ik met twee kleindochters uit den Haag, de een is nu al vijftien  en de ander net zes.
Zo nu en dan vraagt  hun moeder ,  mijn oudste dochter ,  om raad.
Ze is nu 43 , gelukkig getrouwd en heeft drie kinderen , twee meisjes en een jongen.  Daarnaast nog een jonge hond en een  kat.
Ik kom er graag, ik voel me er thuis .
Mijn schoonzoon zegt zo nu en dan : “Je kunt bij ons van de vloer eten , maar ik zou het niet doen ! “

Een paar jaar geleden belde ze op , mijn dochter.
“Pap , jij bent dominee. Wat moet ik met Nina aan.
Ik: “ Hoe zo ? “
Nou , ik zong voor haar,  toen ik haar naar bed bracht,  nog eens dat liedje  dat ik vroeger zelf  zo mooi vond:
“Hoger dan de blauwe luchten en de sterretjes van goud, woont de Vader in de hemel , die van alle kinderen houdt"   .            
Nina luisterde en vroeg  : zing het nog eens?
Marieke  had zo’n succes niet verwacht en zong het vol overgave nog een keer.
Toen  huilde  Nina  een beetje en zei : Ik wil naar de hemel.                                                                                               
Dat was niet de bedoeling van Marieke
Ze vroeg : Waarom wil je naar de hemel ? 
Nou,  daar  woont een lieve  vader die van alle kinderen houdt.

Daar wilde ze naar toe. Ze bleek even daarvoor een stevige aanvaring met haar aardse vader te hebben gehad en nu zocht ze het even hogerop.
Mijn advies was dat ze het maar weer bij moest leggen met haar aardse vader en dat het nog wat vroeg was voor de hemel.

Een paar maanden geleden kreeg ik een  mailtje van Marieke:
Deze keer betrof het een vraag van haar jongste dochter , Sophie , zes jaar oud.
“Mama , waarvoor is de wereld eigenlijk ? “
Ik mailde terug : “Wat heb je geantwoord?”
Marieke : “Vraag maar aan opa” 
 
Ik : “ik denk dat het antwoord van mama  meer indruk maakt .”
Marieke : Ik zei : “Dat was al”    
(dat zeiden onze kinderen vroeger altijd als we vroegen hoe het kwam dat iets stuk gegaan was:    dat was al, maar nu gaf ze dit antwoord   aan haar dochter.)

Het gesprek in het gezin ging verder:
Nina, als oudste zus vroeg aan Sophie: Wat denk je er zelf van ?
Dat was natuurlijk  een heel goede vraag: Wat denk je er zelf van ?
Maar Sophie zei:  “ ik weet het echt niet Nina , anders zou ik het toch  niet vragen . “

Waarom vertel ik jullie dit?
Nou, omdat dit een van de dingen is die ik jullie toewens in het komende jaar     .                                              
Dat je het cadeautje krijgt dat je in zo’n gesprekje verzeild mag raken, dat je even mag meedenken, ontroerd mag zijn, mag glimlachen , zonder het laatste woord te willen hebben .

Achteraf vraag ik me wel af of ik me toch verder in dit gesprek had moeten mengen.

Ik denk, dat mijn dochter het wel goed heeft aangepakt met haar antwoord: “Dat was al”

Voorlopig  zou dat genoeg moeten zijn voor een meisje van zes. Ik had eigenlijk wel  wat willen zeggen , maar ik ben bang dat ik het te zwaar zou aanzetten .
Jullie die dit lezen hebben allemaal een bijdrage geleverd aan die wereld, ieder vanuit een eigen werk omgeving en vanuit een  eigen  achtergrond. Jullie hebben je eigen gedachten en denkbeelden.

Wat zou je zeggen als jou de vraag werd gesteld: waarom is de wereld er eigenlijk?                                    Stel je voor dat een kind of een volwassene je die vraag zou stellen. Mooi , zo aan het begin van een nieuw jaar
Wat ik zou zeggen?


Ik weet niet waarom de wereld er is, Sophie.
Ik  denk dat het heel bijzonder is , dat de  wereld er is.
Het is bijzonder dat wij met zoveel mensen hier kunnen leven! De wereld  is als een prachtige tuin waarin je kunt spelen , maar waaruit je ook kunt eten,  net als jullie volkstuin in den Haag. Ik denk dat ik wél weet waarom wij er zijn
Ik  denk dat de wereld er is om in te mogen leven, er is eten en drinken genoeg voor iedereen  .       En toch zijn er mensen die honger hebben, iedere dag opnieuw.

Ik vind dat we die mensen moeten helpen zodat ze weer voor zichzelf kunnen zorgen en niet meer hoeven te vluchten uit hun land omdat ze zo’n honger hebben .
De wereld is er om in te mogen leven.

Voor veel mensen is dat niet mogelijk omdat er oorlog is , ze moeten vluchten onder andere naar ons. Ik vind dat we ons  best moeten doen om die mensen in vrede bij ons te laten wonen  en leven. . Ze zijn mensen , net als wij .
Nou , zo iets zou ik proberen duidelijk te maken : de wereld is er om in te wonen en wij zijn er om iets voor elkaar te betekenen.
De wereld is prachtig , we moeten er goed voor zorgen,   voor een schone zee bijvoorbeeld en voor voldoende bossen  en schone lucht. Ik hoop dat mijn kleinkinderen, samen met  heel veel anderen, op hun manier ,  daar hun steentje aan gaan bijdragen, aan menselijkheid en het behoeden van de aarde .

Soms ben ik somber   dat dit uiteindelijk helemaal fout gaat aflopen , misschien nog niet voor mij, maar wel voor mijn kinderen en kleinkinderen , omdat machthebbers  toch kiezen  voor vervuiling van het milieu, voor eigenbelang op de korte termijn .
Somber ben ik als ik zie hoe veel terreur er is , hoeveel er in Gods naam wordt gemoord, hoe  er in de tijd dat ik heb geleefd  mensen op de vlucht zijn geslagen ofwel   voor een dictator ofwel voor een groep in hun  omgeving die anders denkt en gelooft.                                                                                     Mensen zijn nog altijd in staat tot vreselijke daden.
Ik wil niet in somberheid blijven steken en zoek inspiratie , perspectief.

Ik heb een  ander  verhaal nodig , het verhaal van hoop, dat ik vanuit de Bijbel  in kerkdiensten hoor.
In de Kerstnachtdienst in de Eusebiuskerk hoorde ik over engelen die licht brachten in  de donkere wereld van de herders.
Engelen willen het leven verlichten.

Wij mensen zijn  engelen  als we het leven van mensen in duisternis lichter proberen te maken.               We werden opgeroepen  om  het werk van de engelen over te nemen.
Ach , er zijn zoveel engelen ,  ze werken in de zorg, ze helpen in verpleeghuizen ,  ze deden mee aan Serious Request  om het lot van kinderen in oorlogsgebieden te verlichten . Ik denk dat er nog veel meer engelen zijn.
Dat is iets dat   ik ons zelf het komende jaar toe  wens , dat we niet cynisch worden , niet onverschillig , maar op de een of andere manier in onze eigen omgeving   het leven van mensen in duisternis lichter proberen te maken door onze inzet,     en als je die engelen niks vindt, doe het dan maar vanuit je eigen inspiratie , als je maar in beweging komt .



De Journalist en zijn zoontje.
17/11/15

De journalist en zijn zoontje.

Er is al heel veel gezegd en geschreven over de aanslag in Parijs.

Ik hoorde een leraar die een handreiking had geschreven voor collega’s  hoe ze  er over zouden kunnen praten met hun leerlingen en hoe ouders er met hun  kinderen over zouden kunnen praten.

Tja , hoe praat je hier over  ?   Ik zie de gezichtjes van mijn kleinkinderen, bezig met Sinterklaas, met hun zangkoortje ,  hun hockey en de school   . Dat is hun wereld !    Maar Parijs ook,  al beseffen ze dat nog niet!

Ik zag foto’s van slachtoffers, met enkele opmerkingen erbij over  leeftijd , werk  en wie ze waren. Wat een verschrikkelijk verdriet !

Ik las over een man die zelf om het leven kwam toen hij zijn vriendin probeerde te redden,  over een stel dat door een banale  ruzie niet op de plek van de aanslag kwam waar ze wel naar toe hadden gewild, over een Nederlandse vrouw voor wie geen plek was in het restaurant  en vanaf de overkant zag  hoe het vuur geopend werd op het restaurant.

Terreur !  Verbijsterend om mee te maken.

Het woord oorlog is  gevallen . Hollande sprak krijgshaftige taal en gaf opdracht   om  bommen op IS doelen  te gooien  als vergelding .

Ik las ergens dat  geestelijken  van Islamitische Staat   denken dat binnenkort  het einde der tijden aanbreekt als de moslims( lees IS strijders) de degens kruisen met de legers van Rome oftewel het Westen. Volgens hen wordt het een strijd met mogelijk apocalyptische gevolgen. Ze denken dat zij , de ware gelovigen , die strijd gaan winnen. Ik denk dat ze zich vergissen .

Maar eigenlijk wil ik het niet over die strijd en  die vergelding hebben in deze column, ik weet niet wat strategisch het beste is .

Onder al die verhalen  over de aanslag en de reacties daarop werd ik geraakt door Antoine Leiris , journalist bij  France Bleu ,   die zijn vrouw verloor en een brief schreef aan IS.

Ik ben onder de indruk, hij heeft in zijn verdriet echt iets te zeggen  en hij ontroert me ook .

In de hoop dat de brief ook u zal raken, citeer ik hem op deze plaats:

“ Vrijdagavond stalen jullie het leven van een geweldig persoon , de liefde van mijn leven , de moeder van mijn zoon. Maar jullie zullen mijn haat nooit hebben.

Ik weet niet wie jullie zijn en ik wil het ook niet weten. Jullie zijn dode zielen. Als deze god van jullie, waarvoor jullie zo blindelings doden , ons naar zijn beeltenis geschapen heeft , is elke kogel in het lichaam  van mijn vrouw een wonde in zijn hart.

Dus nee , ik ga jullie niet de voldoening geven om jullie te haten. Je wilt het , maar haat beantwoorden  met woede zou een teken zijn van dezelfde onwetendheid die jullie gemaakt heeft tot wat jullie zijn .

Je wilt dat ik bang ben , dat ik mijn medemens met achterdocht bekijk , dat ik  mijn  vrijheid opgeef voor mijn veiligheid. Jullie hebben verloren. De speler speelt nog steeds.

Ik heb haar deze ochtend  eindelijk gezien , na dagen en nachten van wachten . Ze was even mooi als toen ze vrijdagavond vertrok , even mooi  als toen ik halsoverkop verliefd werd op haar meer dan 12 jaar geleden .

Natuurlijk ben ik kapot van verdriet, die kleine overwinning geef ik jullie . Maar het zal niet lang duren. Ik weet dat ze elke dag bij ons zal zijn en dat we elkaar in de hemel zullen terugvinden met de vrije zielen die jullie nooit zullen hebben.

Ik en mijn zoon , wij twee zullen sterker zijn dan ieder leger op deze aarde. Ik kan geen tijd meer aan jullie verspillen, aangezien hij net wakker geworden is van zijn middagslaapje. Hij is amper 17 maanden oud , en zal zijn snack eten zoals iedere dag. En daarna zullen we spelen zoals iedere dag. Het leven van deze kleine jongen zal gelukkig en vrij zijn .

Want jullie zullen zijn haat ook nooit hebben. Mijn zoon zal jullie ook nooit vrezen “

Wat een brief ! Daar word ik stil van .
                                       
Bert Oosthoek






Hendrik
28/06/15

Ik  heb hem een tijd op afstand gehouden  : Hendrik.

Hij heeft een imposante gestalte , als hij binnenkomt blijft dat niet onopgemerkt, de aandacht gaat vanzelf naar hem toe. In de gesprekken heeft hij altijd wel iets verstandigs te zeggen , je kunt hem niet negeren.

Hij had een top baan bij een groot concern , was gepromoveerd in de kwantum mechanica . Hij woont in een prachtig huis  met zijn vrouw die ook gepromoveerd is .

Ik kwam hem wel eens tegen , maakte een praatje , maar kwam niet dichterbij , ik dacht dat hij me niet zag staan , ik heb zijn niveau niet . Eigenlijk vond ik hem wat  dominant  .

Een paar jaar geleden las ik met een aantal mensen  een boek over  ‘bijna dood ervaringen .’   Ik had Hendrik  gevraagd om zijn licht daarover te laten schijnen.  Dat deed hij met een minzaam lachje. Hij wilde wel iets aardigs over de schrijver zeggen , maar dat ene belangrijke hoofdstuk uit het boek waarvoor we hem  gevraagd hadden om uitleg ,was helemaal niks !                                                    Natuurlijk hadden we groot respect voor Hendrik die dit zo goed kon vertellen .

Ja  , Hendrik had een heel goede baan ,  weet waar hij het over heeft, kan goed schrijven .

Goed gereformeerd opgevoed ,in zijn jeugd  met een licht wantrouwen naar Hervormde broeders en zusters , nam hij in  zijn gefuseerde kerkelijke gemeente   verantwoordelijkheid op zich.

Hij werd voorzitter van de kerkenraad , zong op uitstekende wijze zijn partij mee in de cantorij, werd lector en als het van hem verwacht werd, was hij namens de kerkenraad aanwezig bij intredes en afscheid diensten ,  ook bij mijn afscheid van mijn werk  , waar hij zijn toespraak eindigde met een paar zinnen in het Frans , waar ik wat stamelend op reageerde omdat ik niet zo snel iets paraat had .  Ja Hendrik heeft niveau , dat is onmiskenbaar . Maar het irriteerde me ook.

Zo was onze relatie dus een aantal jaren. Ik kon er wel mee leven , hoefde ook niet meer .

Totdat ik op een zondag morgen Hendrik met twee heel oude mensen  onze kerk in zag lopen, zijn vader en moeder , die hij  behoedzaam naar voren liet gaan zodat ze de dienst goed konden volgen. Zo ging het week in week uit .Hij haalde ze altijd op uit het verzorgingshuis .

Hij had ze naar onze stad  gehaald zodat hij dichterbij  was en op hen kon letten en voor hen kon zorgen. En dat deed hij met liefde en zorgvuldigheid .  Dat raakte me, hij was een heel goede zoon. 

Toen de wijkpredikant  een periode afwezig was ,  werd ik gevraagd om in mijn eigen wijkgemeente een paar keer voor te gaan . Hendrik en zijn ouders waren er ook .

Ik was verrast toen Hendrik me vroeg om zijn moeder en vader te bezoeken toen ze achteruit gingen omdat het naar zijn idee wel klikte tussen hen en mij.

Na hun overlijden   vroeg hij  of ik de dienst ,  voorafgaand aan de begrafenis ,  wilde leiden en hij  kwam    met een uitgewerkt voorstel voor een liturgie waar hij heel veel aandacht en zorg  in had gelegd. 

Het werd  beide keren ( ze stierven binnen een jaar)  een ontroerende dienst.

Een van de  broers speelde dwarsfluit en Hendrik zong met een zanggroepje een paar liederen tijdens de dienst en bij  de tweede dienst sprak ook de  andere broer vanuit zijn hart.

Sedertdien is het nog wel  dezelfde Hendrik , nog steeds imposant , maar ik mag  hem nu ook anders kennen .

Zoals ook die keer toen we een gastpredikant in onze gemeente hadden.

Ze sprak heel direct, huis tuin en keukentaal ,ze kon relativeren , had humor en  wist ons tegelijk te raken met haar overweging , maar ook in haar lied keus en in haar gebeden .

Het was gewoon fijn om in die dienst aanwezig te zijn , ik was er blij mee   en dat  hoorde ik ook  van meer  kerkgangers.                                            

Hendrik was er ook die morgen  en ik kwam na afloop  naar hem toe: ‘Wat een fijne dienst he!’

Hendrik: “Ja, ik ben er van onder de indruk. Ik heb heel lang gedacht dat ik vooral intellectueel aan mijn trekken moest komen in een kerkdienst, maar zij heeft me vandaag laten zien  dat het niet alleen op intellect aankomt,  ze heeft me geraakt  op existentieel niveau, in eenvoudige woorden, net zo als jij dat ook kunt “ .

Heb ik hem al die jaren wel goed ingeschat ? Wat zegt dat over mij ?”

Die Hendrik !



Carolien en Anton
17/05/15

                                         

Carolien en Anton zijn broer en zus .

Carolien werd  kortgeleden 90 jaar . Ik denk dat Anton een jaar of tachtig is.
Ik ken alleen Carolien.  Ze behoorde bij een kring van mensen die ik zo nu en dan  mocht en moest bezoeken  toen ik nog werkte in het ziekenhuis.
Ze woonde samen met haar zus. Ze waren beiden erg goed in hun vak: verpleegkundige .
Haar zus Dina  werd ziek en Carolien verzorgde haar perfect en met veel liefde tot ze stierf .

In die periode kwam ik wat vaker bij hen en ze vertelden over hun leven, over het vrij grote  gezin waar ze uit voort kwamen, hun jeugd ,hun vader en moeder, het avond gebedje, iedere avond op hun knietjes voor hun bed . Er was geen geld voor studie voor de meisjes, wel voor de jongens.
Toch mochten ze de verpleging in en na een paar omzwervingen kwamen ze in ons ziekenhuis.
Het vorige ( niet christelijke)  ziekenhuis waar ze hadden gewerkt was heel goed , maar daar kregen ze op zondagmorgen niet de gelegenheid om naar de kerk te gaan en bij ons  was er wel gelegenheid voor.

Ze hadden al gauw  ontdekt dat de bejegening in dit  christelijk ziekenhuis  niet altijd  sympathiek was, maar ze bleven er toch maar tot aan hun pensioen en ze waren er  allebei een begrip: Carolien en Dina . Ze hadden een heel eigen stijl  , streng, oer betrouwbaar, gezien bij hun collega’s.
Voordat Dina  stierf  hoorde ik hen zo nu en dan  spreken  over hun jongste broertje Anton.

Eigenlijk vertelden ze altijd opnieuw dat het zo’n lieve jongen was , dat ze hem een tijd niet gezien hadden en niet begrepen hoe dat nou kwam. Ze dachten dat het kwam doordat hij en zijn  vrouw geen kinderen hadden kunnen krijgen en niet voor adoptie wilden kiezen. Anton en zijn vrouw  vonden het steeds moeilijker  om hun  zusters die wel kinderen hadden ,  te ontmoeten en ze trokken zich terug en kwamen alleen nog op de verjaardag  bij Dina en Carolien, die immers geen kinderen hadden .
Maar ja , de anderen kwamen daar ook, met hun kinderen en daarom kwamen ze ook niet meer bij Dina  en Carolien.
“Ach , het was zo’n lieve jongen  , we hebben nooit ruzie gehad. Hij zou  zo weer binnen mogen komen als hij voor onze deur stond , maar dat zal wel niet meer gebeuren” .

Na het overlijden van Dina  kwam Carolien  opnieuw een aantal keren terug op Anton.
“Ach het was zo’n lieve jongen. Ik begrijp er niks van”

Ik besloot om contact te zoeken met Anton. In een brief beschreef ik hem de situatie van zijn zus, die 90 jaar zou worden en heel broos was , ik schreef  dat ze het zo vaak over hem had gehad en het niet begreep.
Een week later  kreeg ik een briefje van vijftien regels terug waarin Anton  schreef dat het vijf en veertig jaar stil was geweest tussen hen en dat het maar zo moest blijven .
“Zelfs bij het overlijden van mijn vrouw hebben ze niet gereageerd. Dat dat op zo’n belangrijk moment in een mensenleven pijn doet hoef ik u niet te vertellen. Alleen Carolien , van de vier zussen , heeft me toen even gebeld . Daarna heb ik nooit meer iets van hen gehoord.
U zult hopelijk begrijpen dat ik geen behoefte meer voel om Carolien te ontmoeten”………….

Carolien weet niet dat ik Anton heb geschreven en ik laat het maar zo .
Ze komen beiden uit een goed  gezin  en nu laten ze het allebei maar zitten: het hoeft niet meer, laat het maar stil blijven tussen ons.
Vijf en veertig jaar hebben ze op elkaar zitten wachten , de een bezeerd , de ander met onbegrip .
Ze zijn beiden christelijk  opgevoed , maar in deze situatie niet in staat om naar elkaar uit te reiken.

Over een poosje zal ik de uitvaart van Carolien moeten doen . Anton zal er niet bij zijn .



Peepke
16/03/15
Peepke,  voor ons  tante Pé, is afgelopen jaar in oktober 100 jaar geworden .

Haar verjaardag kon ik niet bijwonen , want ik was  in Denia.

Eigenlijk hoefde het voor haar allemaal niet meer , ze was bijna blind ,  doof en slecht ter been.

Ik had respect voor de manier waarop ze de regie over haar leven toch in eigen hand probeerde te houden, ondanks haar handicaps.  Ze was een sterke vrouw  .
Ze wilde  geen honderd jaar worden ,   maar , toen het zover was , heeft ze er van genoten , van de aandacht en het feestje dat haar kinderen in het verzorgingshuis hadden georganiseerd .
Vier maanden na dit feest is ze overleden .

Deze keer wil ik mijn column aan haar wijden.

Als ik het goed begrepen heb , ging een van de laatste inloopmorgens in Denia over de hemel .
Tante Pé zag het niet zo zitten met de hemel .

Begin vorig jaar vroeg ze me of ik haar begrafenisdienst wilde leiden.
Ik vroeg haar wat ze van me verwachtte .  Nou , ze had vertrouwen in me.
Ze zei: ’”Bert, niet te zwaar hoor” .

Met orthodoxie had ze niet zoveel op , ze kwam wel uit een goed hervormd nest , maar dat was toch wat minder orthodox  dan de andere familietak.
Later trouwde ze met een buitenkerkelijke man.

Dus tante was , wat betreft kerk en geloof , wat op afstand gekomen , al was ze er niet los van en kreeg ze ook nog huisbezoek vanuit de plaatselijke  protestantse gemeente , maar dat klikte niet echt. En zo kwam ze bij mij terecht “: Bert , niet te zwaar he “
Ik vroeg haar of ze ook nog een positieve ervaring aan kerk en geloof had . Ja , dat had ze .

Ze noemde het lied :   ‘ Wat de toekomst brengen moge , mij geleidt des Heren hand . ‘
Een opmerkelijke keuze  : ze hield graag de regie over haar leven  in handen  en thuis moest het bij voorkeur gaan zoals zij zich dat gewenst had. Ze was zorgzaam en sociaal op haar manier.
‘Wat de toekomst brengen moge ‘    is een lied van Jaqueline van der Waals , in een bundel van de Nederlandse Protestantenbond , bijna 100 jaar geleden , maar  staat ook in het huidige Liedboek  voor de Kerken. 
Het is een lied over vertrouwen , een Godsvertrouwen zoals ik dat vaker ben tegen gekomen, juist in de beleving van Vrijzinnig Hervormden, maar ook wel bij anderen

Jaqueline schreef het lied , wetend dat ze zou overlijden aan maagkanker.
Ik noem dat een lied met een prijskaartje eraan.    Ontroerend hoe je zo kunt omgaan met je naderende levenseinde ,   in zo’n vertrouwen .
Het is een lied over volgen zonder vragen: ‘Leer mij volgen zonder vragen  Vader wat Gij doet is goed  Leer mij slechts het heden dragen met een rustig kalme moed .’

Peepke voelde zich aangesproken. Ik denk dat het heel goed kan samengaan : een sterke persoonlijkheid , die zich , als het er op aan komt , kan toevertrouwen aan God , als een kind aan haar vader.
Of misschien heeft ze het lied juist verstaan als een oproep om de regie uit handen te geven en zich toe te vertrouwen    en  verlangde ze daar naar . Ik weet het niet .

Het tweede couplet :  ‘Heer , ik wil uw liefde loven , al begrijpt mijn ziel u niet. Zalig hij , die durft geloven , ook wanneer het oog niet ziet. Schijnen mij uw wegen duister , zie ik vraag u niet waarom? Eenmaal  zie ik al uw luister , als ik in uw hemel kom ‘
Peepke  is die zinnen nooit vergeten , ze wilde ze zelfs laten klinken op de dag van haar begrafenis.
Ze praatte er niet zo makkelijk over , maar het leefde wel in haar.

Maar die hemel  ….. daar kon ze zich niks bij voorstellen .
Ze geloofde op haar eigen manier, ze had er niet zoveel woorden voor nodig , maar het zat er wel, dat Gods vertrouwen  ‘: Wat de toekomst brengen moge  mij geleidt des Heren hand ‘ .

Ik geloof dat van Nifterik de hemel  eens  heeft omschreven als : ‘de liefde ruimte van God’  zonder dit verder in te vullen.  Die omschrijving spreekt me aan, naar mijn idee zeggen we niet teveel of te weinig. We spreken een vermoeden  uit, een vertrouwen , we vallen niet uit de hand van de Eeuwige.
Peepke kon zich er niets bij voorstellen , een ander hoopt zijn overleden vrouw te ontmoeten, maar denkt dat het niet kan en een derde hoopt  samen hand in hand te lopen met zijn overleden kind en ziet naar dat moment van weerzien uit .

Jaqueline eindigt haar lied met de woorden   ‘ aan des Vaders trouwe hand, loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land ‘.
Natuurlijk heb ik daar ooit kritisch op gereageerd : ‘ je moet je ogen open houden ‘ , maar ik denk dat ik haar daarmee geen recht heb gedaan in haar situatie , ze bedoelt natuurlijk dat ze haar toekomst biddend tegemoet gaat, het onbekende land , de hemel , de liefde ruimte van God biddend tegemoet gaat.

Zou God zo’n vertrouwen beschamen? Zou Peepke , omdat ze zich er niets  concreets bij kon voorstellen buiten die liefde ruimte blijven?      Dat geloof ik niet.




Jezus heeft nooit bestaan
11/02/15
Ik zat   in onze wijkkerk. De predikant begon aan zijn preek met de woorden:
“ Bent u ook geschrokken van die discussie over ‘Jezus heeft nooit bestaan’, aldus de kop in Trouw afgelopen maandag ?  Een collega PKN predikant heeft een boek geschreven “De ongemakkelijke waarheid van het Christendom.” 
“Nu zal ik niet ontkennen dat wat christenen voor waar houden soms ongemakkelijk is. Wij houden er geen eenvoudig geloof op na, maar dat die waarheid een soort zeepbel is , die je zomaar door kunt prikken met een kop  in de krant: “Jezus heeft nooit bestaan’, dat zit me niet lekker. Heb ik het boek gelezen? Nee , maar toen ik in het interview las :  de oermythe van Jezus komt uit Egypte. De voorstelling van god die mens wordt , van sterven en opstaan , van geboren worden op 25 december uit een maagd , komt uit de oude Egyptische mythologie van Isis en Osiris , had ik al genoeg gezien ! Als er in één zin zoveel godsdiensthistorische onzin staat , hoef ik niet verder te lezen.   …….. …. Mijn eerste reactie was nogal korzelig , man ga je huiswerk overdoen……Er zijn natuurlijk meteen kerkelijke organisaties en collega’s die om tuchtmaatregelen roepen …..Eigenlijk vertonen Ds  van der Kaaij , die mij oproept volwassen te worden in mijn geloof en die ‘leertucht’ roepende mensen hetzelfde euvel , ze denken  beide  de waarheid in pacht te hebben. Mag ik misschien nog zelf bepalen hoe ik het evangelie lees en een plek geef in mijn geloof ?”( tot zover ds Meindert Dijkstra).
Gelooft u me ,  dat artikel in Trouw heeft erg veel reacties opgeroepen ,  van mensen die het helemaal eens of helemaal oneens waren met van der Kaaij.
Als ik zoiets lees , heb ik wat tijd  nodig om mijn positie te bepalen.
In eerste instantie ben ik een  beetje verbaasd . Hoe kan iemand nou beweren dat Jezus nooit geleefd heeft ?
Iedereen kan bijv. op internet :
<http://nl.wikipedia/>. org/wiki/Jezus (historisch)  uitgebreide informatie vinden over Bijbelse en buiten Bijbelse historische bronnen over de historiciteit van Jezus.
Uit mijn middelbare schooltijd herinner ik mij dat de schrijver Tacitus in zijn  Annalen  vertelt over Christus en de eerste christenen  en hoe me dat toen raakte :  Hij is aanwijsbaar , zo’n Romeinse schrijver heeft het over hem  en ook  de Joodse schrijver Flavius Josephus maakt melding over hem.  U kunt het allemaal zelf ook nalezen op wikipedia .
Als ik dat allemaal lees ben ik eerder geneigd om aan te nemen dat Jezus wel bestaan heeft.
Is het belangrijk ?Ja, ik vind van wel. Ik geef toe dat we maar heel weinig weten over het leven van Jezus. Een paar verhalen over zijn jeugd en wat verhalen over de laatste paar jaar van zijn leven, het is inderdaad niet veel.  Maar dat weinige wil ik niet missen.
Natuurlijk is hiermee de betekenis van Jezus nog niet gegeven:
Hij heeft aan het kruis gehangen.  Dat wil ik als historisch aanvaarden. Wat dat voor mijn gelóóf betekent,  is van andere orde .
Als je daar aan toevoegt dat Jezus is gestorven voor onze zonden , dan is dat een geloofsuitspraak waar je het wel of niet mee eens kunt zijn, een uitspraak die niet historisch, maar verkondigend is.
Net als van der Kaay wil ik ook graag de kern van het evangelie ontdekken maar daar hoef ik niet voor in twijfel te trekken of Jezus wel bestaan heeft .
Wat Jezus voor mij betekent , zijn boodschap voor ons, nu, is belangrijker voor mij dan zijn historiciteit.
We leven in een wereld vol wreedheid en haat , het houdt maar niet op .
In die wereld wil ik luisteren naar de tegenstem van Jezus,  het andere verhaal dan ik nu steeds zie gebeuren,  het verhaal  gericht op vrede , verzoening , gerechtigheid,genade , liefde , vertolkt in onze situatie .
Dat verhaal  geeft me  hoop op vrede , op verzoening  , op vergeving en roept me op om daaraan te werken voor zover ik kan  .   Hoe houden we zijn inspiratie levend in onze dagen ?  Waar zie ik tekentjes van hoop ?  Dichtbij of in de grote wereld ?  Daar komt het voor mij  nu op aan .
Daarom   ….we moeten niet te lang zeuren over die vraag of Jezus wel echt bestaan heeft, er zijn belangrijker zaken aan de orde .




Nieuw Jaar
29/12/14
Wat verwacht je van het nieuwe jaar?Daar moet deze column over gaan .
Nou , dat het vet cool wordt,  vol chill en swag, een jaar  met  high fives , geniaal,een jaar met just dance en be oké , wauw en yolo.
Ik neem aan dat  jullie deze woorden niet uit mijn mond verwachten .
Twee kleindochters, 11 en 9 jaar oud  , logeerden in de kerstvakantie een paar dagen bij ons.
De woorden die ik net uitsprak en vele andere   , die ik niet begreep ,  uit hun onderlinge  gesprek brachten me tot de vraag: “ wat bedoel je? Waar heb je het over ?  “
De oudste deed een paar moedige pogingen , maar de jongste  die onze lacherige gezichten zag , zei:  “Houd er maar mee op , ze snappen er toch niks van.  “
Het was een hilarisch moment , maar ook een beetje pijnlijk:  Twee werelden ,  en dat betekent meer dan alleen maar verschil in  taalgebruik.
Wat ik hoop is dat ik  in gesprek kan  blijven  met mijn  kleinkinderen,  ze zijn lief en ik moet er ook wel om lachen . Ik zou eigenlijk ook nog wel iets van mijn woorden en begrippen willen overbrengen zonder dat gezegd moet worden : Houd er maar mee op , ze snappen er toch niks  van.
Wat ik verwacht van het Nieuwe jaar , hoe mijn blik op de toekomst is ?
Ik heb vier kinderen :   Twee hebben een vaste aanstelling ;  een dochter krijgt nu nog een Wajong uitkering  , een zoon en een schoonzoon zijn  al heel lang werkloos. Ze zijn de veertig gepasseerd. Ze zijn nu eigenlijk al te oud . Ze blijven solliciteren, maar ‘ passen steeds niet in het profiel. ‘                    Ik verwacht  voor hen dus veel onzekerheid wat betreft inkomen.
Het is geen troost om te weten dat er erg veel mensen in dezelfde situatie leven als zij.
Ach, die twee jongens blijven positief, maar steeds weer die afwijzing knaagt wel aan het zelfvertrouwen.
En kan de hypotheek nog wel worden opgebracht  als dit nog een poosje doorgaat?En zo niet , wat dan ? 
Ik  heb begrepen dat het de bedoeling is dat werkgevers straks makkelijker mensen kunnen ontslaan, dat zal wel goed zijn voor het bedrijf. De bedrijven worden gezonder , zegt men , maar ik ben bang dat het leven van de ontslagen mensen er niet gezonder op wordt.
En dat komt dus dicht bij mijn eigen leven, bij mijn kinderen . Ik hoop dat ze in staat zullen blijven om zin aan hun leven te kunnen geven, hun dromen te dromen en    perspectief blijven zien .
Wat verwacht ik komend jaar van de kerk ? Ik houd het maar weer heel beperkt tot mijn eigen kerkelijke wijkgemeente waartoe ik behoor  in Arnhem Noord.
Bedrijfsmatig gezien  is het een terug lopende zaak, in hoog tempo, van zes kerkelijke wijken in 1984 tot 2 of 1dit jaar of komend jaar.  Natuurlijk vind ik dat jammer, dat er steeds minder mensen zich verantwoordelijk willen voelen voor wat in die kerk gebeurt en de traditie van de bijbel verhalen nog herkennen en er iets mee hebben ,  de liederen nog  kennen. Alleen al  cultureel  is dit een verarming, maar het gaat mij om meer dan cultuur .
Wat ik positief  waardeer,ook nu nog in de teruggang  , is de gemeenschap die er is, het meeleven met elkaar in tijden  van vreugde  en van verdriet  . Mensen die om je heen staan  , zijn dan als een warme deken om je heen .Ik ben daar zeer onlangs nog weer getuige van geweest . Ik verwacht dat dit blijft in 2015 .
Overigens kom ik dat meeleven ook buiten de kerk  natuurlijk wel tegen, bijvoorbeeld  in een Rotaryclub of een Probusclub .
Ik waardeer ook positief   het omzien naar arme mensen, soms in samenwerking met maatschappelijk werk, soms in directe hulpverlening, zeg maar de diaconale kant van de kerk .Dat gebeurt in stilte, maar weet wel dat het om forse bedragen  kan gaan .  Ook dit zal blijven gebeuren. Ik denk dat een kerkelijke gemeenschap  alleen zo  geloofwaardig is .
Maar wat ik vooral waardeer  is dat daar iedere week de bijbel wordt open geslagen en op zo’n manier wordt uitgelegd dat ik mezelf, mijn leven, met mijn ups en downs herken en erover kan reflecteren .
Misschien heeft u uit mijn verhaal tot nu toe wel begrepen dat ik  me zorgen maak als ik om me heen kijk . Ik maak me zorgen over agressie dichtbij ,  bijvoorbeeld ten opzichte van hulpverleners , maar ook op wereldniveau waar mensen elkaar vermoorden , uitroeien,tiranniseren. Ik denk dat die ellende in 2015 nog niet voorbij zal zijn. Mensen zijn nog altijd in staat tot vreselijke daden .
Daarom heb ik  die kerkdiensten op zondag nodig, om me dat andere verhaal te blijven herinneren en me niet te laten meesleuren in somberheid   en moedeloosheid dat het toch nooit wat wordt .      
Met Kerst  hoorde ik het verhaal    over een kind ,geboren in een kribbe, meteen al op de  vlucht voor de machthebber van dat moment en  als volwassen mens  uiteindelijk gestorven aan een kruis.
Een verloren leven ? Nee,  het verhaal gaat dat hij nog altijd onder ons leeft, waar liefde is, waar mensen zich met elkaar verzoenen , vrede stichten, elkaar recht doen.
Eigenlijk leven er twee verhalen in mij, het verhaal van de moedeloosheid en het verhaal van de hoop.
Voor mij was zo’n teken van hoop dat meisje Malala dat de Nobelprijs kreeg vanwege haar vechten voor het recht op onderwijs voor alle kinderen en daarmee doorgaat ook na de aanslag op haar leven.  Zij werd bekend , maar er zijn ,denk ik , ontzettend veel mensen die zich inzetten voor kinderen, ik denk ook aan de actie voor meisjes en vrouwen die in een oorlogssituatie zijn misbruikt.
Ik denk ook aan het programma Wilde Ganzen van de IKON dat iedere zeek een nieuw project in de wereld ondersteunt. Ach er zijn  zoveel tekentjes van hoop , als je ze maar wilt zien !
Wat ik verwacht van 2015? Dat ik blijf kiezen voor het verhaal van de hoop en ga proberen om de initiatieven tot vrede , verzoening ,  barmhartigheid  te ondersteunen. Ik kies voor de hoop en niet voor de moedeloosheid .Ik hoop dat jullie dat in jullie situatie ook  besluiten: kiezen voor de hoop!




Gedachtenis
14/11/14
In deze tijd van het kerkelijk jaar wordt er aandacht gegeven aan de gedachtenis van mensen die het afgelopen jaar ( of eerder ) overleden zijn.
In mijn eigen wijkgemeente, de Opstandingskerk  in Arnhem doen we dat op de zondag na Allerzielen , de dag waarop Katholieken al heel lang aandacht geven aan hun overledenen: graven worden opgeknapt , bloemen gebracht,  waxinelichtjes worden  aangestoken.
Ontroerend die zorg en aandacht en liefde.
Onze wijkgemeente  sluit zich min of meer bij die datum aan .
Er zijn ook gemeenten die kiezen voor de laatste zondag van het kerkelijk jaar, onder andere de gemeente in Denia.
In deze column  wil ik enkele ervaringen delen die ik had bij een gedachtenisdienst.
Eerst in mijn eigen wijkgemeente, dus op de zondag na Allerzielen .
De familieleden van alle overleden gemeenteleden zijn uitgenodigd voor deze dienst, de kerk is beter bezet dan  andere zondagen, de liederen en de gebeden zijn aangepast , de preek  wil een riem onder het hart  zijn van verdrietige mensen.  Er is een gevoel van verbondenheid ,  ook op het moment dat de  naam van een gestorven gemeentelid wordt uitgesproken  en een familielid of vriend naar voren mag komen om een kaars aan te steken Als er geen familie of vriend aanwezig is, steekt een van de kerkenraadsleden de kaars aan en zet die in een kaarsenrek .
Na iedere vier of vijf namen zingt de cantorij   in beurtzang met de  gemeente   een lied.
Als de laatste naam in herinnering is geroepen krijgen alle leden van de gemeente de gelegenheid om ook een kaars aan te steken voor iemand aan wie zij heel speciaal denken, een dierbare , een vriend of vriendin , een kind,  in Arnhem of elders ,kerkelijk of anders kerkelijk of helemaal niet kerkelijk, maar belangrijk   voor de nabestaande.
Dit jaar liepen Nynke en ik mee in de   rij om een kaars aan te steken  in verbondenheid  met de mensen van nu en van voorbij , de gemeenschap der heiligen,  ons voorgegaan
Ik liep met de namen van mijn twee overleden zusters in mijn hart, Nynke met de naam van een lieve vriendin die tijdens ons verblijf in Denia was overleden. We liepen in de rij met zovele anderen. Ik was ontroerd  Dat overviel me .  Was het de melodie van het lied of kwam alles wat dit jaar gebeurd was ,  ineens weer bij me binnen ?
Wat fijn dat we in  de kerk  die mogelijkheid  hebben om vorm te geven aan ons gevoel van verlies, gemis , verdriet  ,hoop, vertrouwen  , in lied, gebed en gebaar .Die zondag  beleefde ik onze gemeente   echt als een geloofsgemeenschap en dat deed me goed .
Nog een ervaring.
Vorig jaar,  op de laatste zondag van het kerkelijk jaar ,  had ik dienst in een klein dorpje aan de Waddenzee i n Friesland. De kerkenraad had mij gevraagd of  ik er rekening mee wilde houden  dat deze zondag de namen van de overleden gemeenteleden zouden worden genoemd.
Tegen het einde van de dienst zou ik de namen van de overleden gemeenteleden noemen en dan mocht een familielid naar voren komen om de kaars aan te steken en in de kandelaar te zetten .
De familie mocht dan na afloop van de dienst de kaars meenemen naar huis.  
   Ik vroeg  of er ook een mogelijkheid was om een kaars aan te steken voor een andere dierbare , al hoorde die niet tot deze gemeente. Het  antwoord was dat dit niet de bedoeling was, daar waren de gereformeerden niet voor ( zei mijn hervormde informant).Nee ,  het was alleen voor mensen uit deze gemeente.
Ik zocht liederen en een gedicht dat in deze sfeer paste en maakte gebeden .Ook hier waren wat meer mensen aanwezig dan anders .
Er bleken dat jaar 5 gemeenteleden overleden te zijn en er konden zes kaarsen in de kandelaar.
Ik  stelde voor dat we  die zesde kaars zouden aansteken en dat dan iedereen daarbij een naam kon bedenken . Zo gebeurde ! 
Het was een eenvoudige dienst in een heel oud kerkje voor een klein groepje, trouwe  mensen .Ze kenden elkaar natuurlijk allemaal.
Als ik in dat dorp een dienst heb ga ik na afloop bij de uitgang staan om  die kerkgangers even aan te kunnen kijken en de hand te  schudden. Dat deed ik nu ook.
Een van de laatsten was een mevrouw . Ze was geëmotioneerd .
Ze vertelde  dat haar man dat jaar overleden was . Hij had bedankt als lid van de kerk. Dat was een verhaal op zich .  Zij was lid en bleef lid  van de gemeente en  ze kwam graag in de kerk .
Zijn naam zou niet hardop worden gelezen ,want hij had toch bedankt !
Ze wist wat  de kerkenraad besloten had en ze was daarom   opgelucht en ontroerd dat ze nu toch, in stilte, haar man mocht  noemen voor Gods aangezicht. En die laatste kaars was voor hem (zei ze).
Ik was geraakt door haar verhaal . Ze liep het kerkpad af , naar huis , zou ze haar verhaal van die morgen aan iemand kwijt kunnen?
Twee keer een ervaring met een gedachtenisdienst  , die tweede keer liep het pastoraal gezien , goed af  , denk ik , maar het had van mij wel wat royaler gemogen .



Atty
01/11/14
Zoals jullie je nog wel zullen herinneren moest ik de eerste zondag van september verstek laten gaan door het overlijden van mijn oudste zus Atty. Vier maanden voor haar dood schreef ik een column over haar, die ik hierbij ter lezing aanbied
Ik heb besloten om deze column te wijden aan mijn oudste zus. Ik heb nog twee schoonzussen van midden in de tachtig, de ene is dement en de ander heel erg broos.
Maar vandaag heb ik het over Atty
We schelen  bijna twintig jaar , mijn oudste zuster en ik. Drie broers en  een  zus zijn overleden, mijn zus  Coby  drie  maanden geleden.
Atty , mijn oudste zus, woont nu in een verzorgingshuis in Holten.
Een keer in de twee weken zoeken Nynke en  ik haar op . we eten dan in een zaal met andere bewoners en mensen van de dagopvang..
Het gaat niet goed met mijn zus. Ze heeft wat tia’s gehad en een paar keer een herseninfarct.
Soms zit ze te slapen tijdens het eten, het komt voor dat ze al een uur van te voren aan tafel zit om te wachten op haar eten. Tijdens de maaltijd heeft  ze  vaak hetzelfde commentaar op haar mede bewoners, maakt ze dezelfde grapjes en prijst ze met regelmaat het eten dat ze krijgt.
Ze heeft diabetes, long emfyseem  en is incontinent en dat is merkbaar.
Als ze hoest gebeuren er ongelukjes, ze weigert incontinentie materiaal en uit schaamte verstopt ze op  allerlei plaatsen in haar kamer haar vuile was.
Ze heeft een hulp ,nog uit de tijd dat het goed met haar ging. Zij doet haar best om het leven draaglijk te maken, gaat voor haar naar de bank,naar een ziekenhuis als dat nodig is, overlegt met de verzorging etc.  Bea  is haar alles .Dat is echt een lichtpuntje, die hulp.
Mijn zus heeft ook wel familie in de buurt , maar die heeft ze zo vaak geschoffeerd dat ze het niet meer opbrengen om haar te bezoeken.
Ook het verzorgend personeel en de huisarts weet ze, zonder dat ze dat nou zo in de gaten heeft, te beledigen door haar opmerkingen waarmee ze hun  hulp afwijst. Ze is eigenwijs!
                                                                                                                                                                          2
Kortom, ze gedraagt zich als een onmogelijk mens, die zus van mij.
Nog een paar lichtpuntjes:  de kerkdienst op woensdagavond waar ze trouw naar toe gaat en joviaal de dominee toespreekt.
Zij is na haar pensioen bij het Leger des Heils gekomen en heeft Strijjdkreten uitgedeeld, liederen gezongen en nu vindt ze het prachtig dat er in dat verzorgingshuis kerkdiensten zijn , waar ze door vrijwilligers naar toe gebracht wordt als zij het lijkt te vergeten.
In dat Leger des Heils heeft ze iemand ontmoet die destijds  net als zij, een beetje kritisch mee dacht. Ze bezochten een cursus en dat contact  is een vriendschap gebleven.
Hij woont nu in Middelburg en stuurt iedere week een briefje over huis tuin en keuken dingen, maar daar geniet ze van.   Ze ontvangt iedere week post !
Ik heb bewondering voor haar hulp, de vrijwilligers van dat huis, die vriend uit Middelburg  en ik denk dat mijn zus daar goed zit in Holten, maar het doet me zeer, het is schrijnend hoe ze er aan toe is
Ik heb haar gezien , toen ze  nog jong was,  ze raakte verloofd met een student  die getraumatiseerd uit een concentratiekamp was gekomen. Ze dacht dat ze met veel liefde hem kon genezen .
Eind twintig was ze toen ze trouwde in Rijssen. Een stralende bruid, de mensen stonden rijen dik langs de weg van ons huis naar het gemeentehuis. De grote  kerk zat stampvol en in de kerkdienst zong   een van de erg goede zangers van het Rijssens mannenkoor . Kortom een enorme partij. De dochter van dr Oosthoek trouwde. .
Ze ging wonen in Middelharnis, een paar jaar na de Februari storm van 1953. Ik mocht  er komen logeren en ze haalde me  met de boot van Hellevoetsluis naar Middelharnis
Ik keek tegen haar op, mijn oudste zus
Haar huwelijk strandde  , pijnlijk , bitter. Voor het zo ver was , had ze al eens  samen met haar man, gebroken met mijn ouders. Ik ben er toen   nog eens naar toe gegaan om te proberen ze tot andere gedachten te brengen .  Het was heel verdrietig !
Na de scheiding nam ze haar werk als maatschappelijk werkster weer op, in Davos in het sanatorium.
Ik heb haar daar bezocht, zelfs nog eens  een kerkdienst gedaan als student.
Ik heb de indruk dat ze daar in Davos  weer wat is opgekrabbeld uit haar ellende.
Ze kwam terug, ging werken in Vlaardingen in een verpleeghuis. Ze kwam in aanraking met het Leger des Heils. Dat trok haar zo aan, dat ze de overstap maakte en zelfs een uniform aanschafte.
Toen ze tachtig werd vroeg ze me of ik op de zondag daarvoor wel wilde preken in de bijeenkomst van het Leger. Ik zag dat ze het prachtig vond , dat ik haar hiermee een stukje erkenning gaf,maar het was helemaal mijn stijl niet en qua liturgie voelde ik me niet thuis.
We kwamen uit hetzelfde gezin en leefden in een heel eigen wereld.
                                                                                                                                                                           3
Ik heb een groot stuk van haar leven gemist , ik heb haar niet  echt gekend in haar jeugd , in haar huwelijk, in Davos, in Vlaardingen en toch…………      is ze mijn zus,toch voel ik me miserabel als ik nu bij haar vandaan ga, zo ontoegankelijk is ze , zo verlangend naar contact, naar begrip , wat ze ook weer afwijst, als je het geeft ,  zo eenzaam en er tegelijk niets aan willen doen.  Bijna alles wat ze zegt moet je met een korrel zout nemen .
Maar,….ik zal mijn column niet te zwaar eindigen, dat hoeft ook niet. Ik wil nog een anekdote vertellen .
Drie maanden geleden stierf mijn andere zus , Coby. Ze had me gevraagd of ik haar begrafenis wilde leiden. Dat was in de kerk in Rijssen, naast ons ouderlijk huis.
Vlak voor de dienst  begon ,stonden  of zaten wij ,  familieleden , in de rij om ons te laten condoleren.
Atty , zat twee stoelen verder.
Ik hoorde haar tegen wie het maar horen wilde , zeggen:  Ja, dat is de dominee , maar toen hij nog een jongetje was heeft hij hier in het portiek van de kerk zitten poepen en mijn moeder vond dat prima want ze had een hekel aan gereformeerden.
Mijn zus heeft zo haar eigen waarheid  ……
Ik neem aan dat jullie je kunnen voorstellen met hoeveel aandacht er naar mijn dienst is geluisterd.
Atty , mijn oudste zus , een van de kostgangers van onze lieve Heer




Rijnstate
01/11/14
Ik heb twintig jaar als geestelijk verzorger gewerkt, eerst in het Diaconessenhuis en later in Rijnstate .Het heeft me nooit verveeld.
Er zijn mensen die denken dat het alleen maar zwaar werk is , alleen maar ellende en verdriet. Maar dat is niet zo. Het is heel afwisselend werk. Soms mocht ik heel dichtbij mensen komen op momenten die voor hen belangrijk waren, verdrietige momenten, maar ook blijde . het viel me altijd weer op hoe snel mensen tot de kern van de zaak kunnen komen in zo’n ziekenhuissituatie . Ik vond het heel inspirerend om te horen en te zien waar mensen hun kracht vandaan halen om het hoofd boven water te kunnen houden . Het is mooi om te zien hoe mensen van elkaar houden, ook in tijden van verdriet. Ik was vaak onder de indruk van de trouw waarmee familieleden en vrienden steeds maar weer bleven komen en elkaar opvingen .
Soms had ik diepzinnige gesprekken  met iemand die steeds maar weer inspiratie zocht om haar geloof op niveau te houden en dat viel  niet mee want soms was  de angst zo sterk  dat ze even niet meer wist hoe ze verder moest .
Ik herinner me nog een vrouw van midden dertig die wist dat ze aan kanker zou overlijden. Ze dacht niet aan zichzelf , maar aan haar man die zonder haar verder zou moeten. Ze wilde iets in hun huwelijksbijbel schrijven waar hij troost uit zou kunnen putten en inspiratie om verder te leven .
Vandaag wil ik jullie een andere ervaring vertellen .
Na een weekend kwam ik op mijn kamer in het ziekenhuis en ik vond daar een briefje dat er een mijnheer was die me wilde spreken. Ik ging naar de betreffende afdeling, maar trof hem niet aan. Hij stond onder de douche zeiden de andere patiënten op de kamer .
Een paar uur later trof ik hem aan in een hal bij de afdeling. Ik kreeg de indruk dat hij op mij zat ter wachten. Ik kende hem niet , maar hij mij wel . We gingen ergens in een hoekje aan een tafeltje zitten. We stelden ons aan elkaar voor .
Het was even stil . Ik keek hem aan en hij stak van wal .
Ja ik wil u iets vertellen, ik loop daar al een poosje mee rond..
“Als ik later doodga ga ik naar de hemel , dat weet ik heel zeker.”
Ik : Nou , dat is een hele ontdekking voor u , hoe bent u daar zo achter gekomen ?
Hij : dat weet ik niet ,maar hoe zieker ik word hoe meer ik geloof .
Ik: Hoe zieker u wordt hoe meer u gelooft ? Dat is bijzonder , dat zal niet iedereen u kunnen nazeggen , er zijn ook mensen die juist minder kunnen geloven , omdat ze zich in de steek gelaten voelen  door God  .
Hij :  nee hoor zo is dat niet bij mij , ik geloof steeds meer .
Ik : hoe komt u daar zo bij , van wie hebt u dat geleerd ?
Hij : van niemand, ik heb dat mezelf geleerd . Ja ik ben vroeger naar de zondagsschool geweest en mijn moeder was ook een heel gelovige vrouw. Maar ik was nooit zo’n kerkganger .
Mijn moeder is al weer bijna dertig jaar dood.( hij kreeg een brok in zijn keel) Ze heeft erg geleden. Dat vond ik vreselijk. Zover moeten ze het met mij niet laten komen. Ik vind het niet erg om dood te gaan , maar de weg er naar toe , daar zie ik wel tegen op . Maar als ik dood ga dan ga ik naar God .
Ik : Dat geeft u troost ?
Hij : Ja natuurlijk. Het komt met mij wel goed, ik ga naar de hemel .
Ik : Denkt u dat het nu al zo ver is ?
Hij : Nee, nog niet ,  maar ik heb dat geleerd , ik heb het zelf bedacht.
Ik : U ziet er niet tegen op om te sterven. Hoe is dat voor de mensen die van u houden ? Zal het niet moeilijk zijn om afscheid te moeten nemen ?
Hij : Ja, daar heeft u gelijk in , dat is ook moeilijk , maar als ik dat allemaal achter de rug heb bij m’n laatste snik , dan ga ik naar de hemel..
Ik vind het zo fijn dat ik  u dat even mocht  vertellen, daar word ik rustig van ....
Ik : Dank u wel dat u me dit wilde vertellen .....
Ik stond op en ging weg .
Een vreemd gesprek, klopte het allemaal wel ? Had ik wel goed geluisterd ? Was dat inderdaad wat hij wilde vertellen, z’n opluchting, z’n geloof ?
De volgende dag was er een patiënten bespreking. De naam van mijn gesprekspartner werd genoemd. Het eerste wat er bij werd gezegd was: ‘licht verstandelijk gehandicapt’
Oh , dat was het dus .... Maar wat dan nog ? Werd de waarde van dit gesprek er minder door ? Nee, natuurlijk niet. Het bleef uniek , zo direct en to the point hij aan kwam met dat wat hem bezig hield en troost gaf in een omgeving die bedreigend over kan komen , een omgeving waarin hij zijn moeder dertig jaar geleden had zien overlijden...
Ik ben niet bang... ik ga later naar de hemel.....



Frankrijk
01/11/14
Of ik er goed aan gedaan heb ? Ik twijfel. Of ik het goed gedaan heb ? Nou , ik denk het niet.

Een paar weken geleden waren we   in Zuid Frankrijk, in het dorpje Pierrerue, vlakbij St.Chinian. We komen daar al een jaar of tien, sinds onze vrienden Hein en Ruth daar wonen met hun twee dochtertjes.
Vier jaar geleden overleed Hein. Ruth  bleef achter met Sifra, toen 14 jaar  en Rachel, toen 12 jaar. Ik deed  met de Franse predikant de begrafenis en sedertdien is onze relatie  met hen  verdiept.
Ieder jaar gaan we er in de maand juni naar toe, praten , genieten van de wijn en de zon en de prachtige omgeving.

Na een dag of vijf kreeg Ruth de melding dat haar moeder, die in Vreedenhoff woonde terminaal leek te zijn. Ruth ging naar Nederland in de hoop nog op tijd te komen om afscheid van haar moeder te nemen en de meisjes, die allebei in een eindexamenklas zitten, bleven thuis.
Rachel vroeg ons of wij haar op een avond naar Narbonne wilden rijden. Ze zit daar op het conservatoire en ze mocht daar een uitvoering geven van haar zanggroepje: Beatlemuziek. Ze had zich er op verheugd. Nu haar moeder naar Nederland was, had ze geen vervoer. U begrijpt: Wij gingen naar Narbonne  , een uurtje rijden door de bergen. We genoten van de uitvoering en hadden ook nog tijd om de binnenstad van Narbonne te bekijken.   Leuk !Wat een prachtige avond en wat een leuke sfeer !
Om een uur of negen reden we terug , tevreden. Nynke en ik voorin, de twee zusters achterin .

We waren in een prima stemming, ach wat was het allemaal leuk  geweest !! Wat fijn dat Rachel nou toch mee had kunnen doen aan het concertje !
Het begon wat te schemeren. Ik was net een bocht voorbij toen er plotseling een man opdook, zwaaiend met zijn armen . Ik aarzelde, maar stopte toch. Wie weet had hij hulp nodig en ik kon een mens in nood toch niet aan de kant van de weg laten staan ?
De meisjes riepen :  “doorrijden ! “ Ik zei : “Nee, misschien heeft hij hulp nodig”

Ik dacht aan het verhaal van de barmhartige Samaritaan die een gewonde man aan de kant van de weg hielp, terwijl een priester en een leviet hem hadden laten liggen. Misschien is zo’n gedachte een beroepsafwijking van me, het zij zo .Ik wilde een mens in nood niet laten barsten .
Nynke deed het raampje een eindje open : De man riep wisselend in het Duits en Engels om hulp
Ze hadden geen benzine meer en nu stonden ze aan de kant van de weg en ze konden geen geld meer wisselen : Hij had een bankbiljet in zijn hand  .  Please help us, bitten helfen Sie uns .
Ik vroeg waar hij vandaan  kwam . Hij zei: Uit Bulgarije. De meisjes achterin sisten: “ Daar klopt niks van: dat bankbiljet is geld uit Tjechie. “
Bij het woord Bulgarije schrok ik : Ik had kort daarvoor gehoord dat Frankrijk overspoeld werd door zigeuners  uit Roemenie en Bulgarije , die op allerlei manieren probeerden  slachtoffers te vinden voor hu n oplichtingspraktijken , en soms zelfs uitgesproken agressief waren .
Goh , die man leek wel op een zigeuner  . O jé  !
Bitte bitte helfen Sie uns     Ik kreeg er steeds minder zin in . Hoeveel mensen stonden er achter onze auto ? Waren ze gewapend ? Verdorie, ik zit hier ook nog met die twee meisjes op de achterbank .

Ik aarzelde , ik had mijn portemonnee  al  gepakt . De indruk dat ik werd opgelicht groeide, maar ik wilde toch iets doen, ook al zou ik worden opgelicht.
Het zou kunnen zijn dat hij echt hulp nodig had . Ik had een paar biljetten van twintig en tien euro bij me , maar die wilde ik in  dit geval niet kwijt , dus  pakte ik  een paar muntstukken van twee euro en van een euro en vroeg aan Nynke of ze die aan de man wilde geven. Hij nam het aan en begon te tellen . Nynke deed het raampje dicht en zei : Weg , wegwezen !
Ik gaf gas en reed weg. De meisjes achterin gierden van het lachen, ik denk ook wel van opluchting.
Wie geeft er nou geld aan zo’n man aan de kant van de weg . Je bent opgelicht Bert
Ik was zelf ook niet zo tevreden over mijn gedrag, ik schrok dat ik een beetje bang werd, zeker met die twee meiden en Nynke in de auto.
Ik schrok ook dat ik niet resoluter was , ofwel in mijn hulp ofwel in mijn weigeren van hulp.
Eigenlijk paste het wel een beetje bij  me : een compromis, wel een beetje helpen, maar niet echt royaal .Als hij echt hulp nodig heeft moet hij nog maar een paar auto’s aanhouden ., dacht ik .
Ik  schrok ook van de uitwerking van het woord Bulgaar . Het is niet mijn gewoonte mensen op grond van hun afkomst te bejegenen,  ook niet van een zigeuner , maar nu deed ik dat wel !
Tja , die barmhartige Samaritaan : ik kan nog wel wat van hem leren .
Vraag aan jullie :   Wat zouden jullie hebben gedaan ?